Lever Perfusie

Leverperfusie.

Deze informatie gaat over de leverperfusie zoals die in het LUMC plaatsvindt. Hou altijd rekening met het feit dat bij het vaststellen van een aandoening de situatie voor elke patiënt anders kan zijn. Het is dus normaal dat er variatie zit in de manier van behandelen. Iedere patiënt ervaart ook een behandeling anders. Onze gevoelens, emoties, ervaringen en pijngrenzen verschillen. Deze patiënten informatie beschrijft globaal het protocol (standaard behandelwijze) waarop in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) de operatie wordt uitgevoerd en begeleid.

Je oncoloog raadt een leverperfusie aan. Deze behandeling is nog niet zo lang beschikbaar en nog volop in ontwikkeling. Leverperfusie vindt plaats in een aantal stappen. Al die stappen samen vormen de behandeling Leverperfusie.

Stap 1. In het ziekenhuis krijg je een intake door middel van een pré-operatieve screening. Je vult op de afdeling anesthesie een computer-vragenlijst in en voert een gesprek met een anesthesist. Hij/zij zal ook enkele algemene onderzoeken doen naar de conditie van je lichaam; een soort 0-meting als uitgangspunt voor de operatie. Een bezoekje aan de bloedprikpost hoort daar ook bij.

Een team van anesthesisten zorgt voor je als je onder narcose bent gebracht. Ze kunnen pijn en andere negatieve gevoelens uitschakelen tijdens de operatie. Voor je het weet wordt je wakker en is je operatie achter de rug, lig je in een ziekenhuisbed op de uitslaapkamer en heb je geen enkele herinnering aan de operatie zelf. Bij het onder narcose gaan is het belangrijk dat je jezelf ontspant en aan leuke dingen denkt, rustig inslapen maakt rustig bijkomen…

De daadwerkelijke leverperfusie wordt begeleid en uitgevoerd door het team van de interventie-radioloog. In eerste instantie lijkt dat vreemd, leverperfusie is een operatie, maar die wordt niet door een chirurg uitgevoerd. In het LUMC wordt de behandeling door een speciaal daarvoor opgericht perfusie-team verricht. Radiologen voeren hem uit in de zgn. angiokamer. Niet in een gewone operatiekamer maar in een OK waar men met behulp van radiografische scans en grote schermen je lichaam intern zichtbaar kan maken. Dit laatste is een vereiste, omdat je lichaam niet letterlijk open wordt gemaakt. De lever wordt met ‘lijnen'(slangen) benaderd, via de aders en slagaders in je lies en in je hals. Je oncoloog blijft uiteraard jouw behandelend arts. Als patiënt (je bent er niet bij aanwezig, men praat aan de hand van je dossier) wordt je besproken in een MDT; het Multi Disciplinair Team. Dat is een groep medici van verschillende disciplines (oogheelkunde, oncologie, radiologie) waarvan de oncoloog jouw hoofdbehandelaar is.

Stap 2. Als dat nog niet is gebeurd wordt er in een aparte procedure een leverbiopt genomen. Deze behandeling vindt plaats onder plaatselijke verdoving. Men haalt via een prik met een holle naald door de buikwand een hapje weefsel uit de tumor in de lever. Een echoapparaat helpt hierbij de juiste aanprikplaats te vinden. Het is bekend dat mensen het nemen van een biopt eng vinden, maar je wordt hierbij goed begeleid.

Het nemen van een biopt verloopt makkelijker en geeft minder pijn als je jezelf goed kunt ontspannen. Pijn is sowieso een persoonlijk iets. Wat is pijn? Ik vond het biopteren meer aanvoelen als een hoop gerommel, trekken en duwen in mijn bovenbuik. Ik hield er een beurs gevoel aan over. Praat altijd met de arts over hoe jij pijn ervaart.

Een biopt uit de tumor is nodig om te bewijzen dat het echt om een uitzaaiing van je oogmelanoom handelt. Het weefsel wordt in het laboratorium genetisch onderzocht, zodat men precies weet welke kankercellen het bevat.

Je mag 3 uur niet eten of drinken vóór je deze behandeling krijgt. Ná het nemen van het biopt moet je een aantal uren platliggend bedrust houden in het ziekenhuis (afdeling Kort Verblijf). Dit om de lever rust te geven en zo de kans op een bloeding zo laag mogelijk te houden. Daarna mag je naar huis met wat leefregels; rustig aan doen en niet zwaar tillen.

Stap 3. Er volgt een voorbereidende behandeling; het angio-onderzoek. Vooraf moet je nuchter zijn. De ingreep vindt plaats met lokale verdoving van de lies, in de angiokamer. Via de liesaders onderzoekt de radioloog of de weg die hij wil volgen bij de perfusie, via de bloedvaten naar je lever, schoon is en geen obstakels heeft. Als het moet, zullen kleine bloedvaten naar andere organen (maag, darmen en alvleesklier) worden afgesloten. Hiermee wordt voorkomen dat het chemomiddel tijdens de leverperfusie in de verkeerde organen terecht komt. Andere overbodige bloedvaatjes die in verbinding staan met je lever en waar chemomiddel kan weglekken, worden dichtgebrand of dichtgemaakt met veertjes/spiraaltjes (die in je lijf blijven zitten). Ook de kwaliteit van je bloedvaten in het algemeen kan door deze procedure worden beoordeeld.

Doordat je niet onder narcose bent kun je alles wat er gebeurt via schermen volgen. Ik vond het interessant, die onverwachte inkijk in mijn lichaam en de warboel van bloedvaten die door middel van contrastmiddelen zichtbaar werd gemaakt. Dat gerommel in je bloedvaten geeft geen pijn, het voelt kriebelig. Na afloop wederom een rusttijd op de afdeling en met een pleister in je lies naar huis. Het gaatje van een gebruikte ader wordt altijd afgesloten met een angio-seal. Een soort plugje dat in je bloedvat wordt geplaatst en dat na negentig dagen is opgelost. Je krijgt een informatiekaartje hierover dat je gedurende die tijd bij je draagt.

Stap 4. De daadwerkelijke leverperfusie. Ook wel percutane leverperfusie (PHP) genoemd. Het is een techniek waarbij de lever gedurende korte tijd een eigen kunstmatige bloedsomloop krijgt, waardoor een hoge dosis therapeutisch chemomiddel aan het orgaan kan worden toegediend. Een soort plaatselijke, zeer intensieve spoelbeurt dus.

De perfusiebehandeling zelf vindt onder algehele narcose plaatst en kan ettelijke uren in beslag nemen. Voor deze behandeling wordt je een aantal dagen opgenomen op de afdeling Kort Verblijf en moet je bij aanvang nuchter zijn.

De lever wordt op twee manieren van bloed voorzien, via de leverader (zuurstofarm) en via de leverslagader (zuurstofrijk). Normaal leverweefsel wordt voor 75% door de leverader voorzien van bloed en voor 25% door de leverslagader. Levertumoren zijn bijna volledig afhankelijk van bloedvoorziening via de leverslagader.

Chemotherapie is het toedienen van geneesmiddelen (cytostatica) die kankercellen doden of celdeling remmen. Daardoor kan de kanker “genezen” of kunnen tumoren kleiner worden.

Bij een leverperfusie maakt de radioloog gebruik van een technisch systeem – buiten het lichaam – dat de lever een eigen, simultaan lopende, ‘bloedsomloop’ bezorgd. Dat maakt mogelijk dat er een hoge dosering chemomiddel (genaamd Melfalan) direct in de leverslagader kan worden gespoten. De rest van het lichaam blijft intussen gebruik maken van je eigen bloedsomloop.

Het chemomiddel, waarvan de dosis per individuele patiënt wordt vastgesteld, krijgt een bepaalde tijd om de lever binnen te dringen. Als die tijd is verstreken zal het bloed met chemomiddel uit de lever worden gefilterd. Het ‘schone’ bloed wordt teruggegeven via een ader. Hierna wordt de lever nog ongeveer 30 minuten nagespoeld, zodat het bloed schoongemaakt wordt, en er geen chemomiddel naar andere organen wordt verspreid.
Na het spoelen van de lever wordt de extra leverbloedsomloop ontmanteld en je normale bloedsomloop hersteld.

Tijdens de daadwerkelijke perfusie vinden er bloeddrukschommelingen plaats. Met medicijnen worden deze gecontroleerd bijgestuurd. Dat is zwaar voor je hart en bloedvaten. Ook wordt je bloed ‘ontstold’. Het bloed kan immers niet buiten je lichaam blijven stromen zonder uit zichzelf te stollen. Als de spoelprocedure wordt afgerond wordt ook die bloedstolling met medicijnen bijgesteld.

Je komt uit narcose in de uitslaapkamer. Je lichaam is dan nog steeds verbonden met een aantal slangen en infusen. Gedurende de uitslaaptijd worden die verwijderd, de gebruikte aders dichtgedrukt en afgeplakt. In je lies krijg je een tijdje een drukverband. Als je bent ‘afgekoppeld’ en goed wakker mag je naar de afdeling Kort Verblijf waar je een tijd bedrust krijgt voorgeschreven. Je hebt dan nog een infuus en een blaaskatheter. Die worden pas verwijderd als je lichaam weer goed functioneert en jij kunt eten en drinken. Je lichaamsfuncties worden vaak gecontroleerd. Normaal gesproken verblijf je een dag of die-vier in een zgn. cytostatica-kamer (1-persoons) op de afdeling. Dit is omdat je lichaam nog een paar dagen de chemo uitscheidt, en de resten daarvan op veilige wijze moeten worden afgevoerd.

Na de operatie krijg je injecties om de kans op trombose (bloedproppen) te verkleinen. Ook wordt er een injectie gegeven met een medicijn dat de aanmaak van witte bloedcellen stimuleert. Deze prik wordt over het algemeen niet als prettig ervaren en het middel kan wat bijwerkingen geven. Door de hoge dosis chemomiddel tijdens de perfusie komt er een tekort aan witte bloedcellen in de bloedbaan en dat is te zien aan de bloedwaarden. Maar witte bloedlichaampjes heb je wel nodig. Daarom is deze prik onmisbaar om het beenmerg te stimuleren die witte bloedlichaampjes sneller aan te vullen. Verder wordt je eigen medicatie (als je die had) hervat in overleg met de zaalarts. Als alles vlot verloopt mag je naar huis.

Let op, je bent dan nog niet ‘de oude’. Mijn lijf voelde aan alsof het van binnen door een mangel was gehaald, niet pijnlijk, maar ook niet prettig. Het herstel van een leverperfusie duurt enkele weken. Er volgt een dip, 7-10 dagen na ontslag, waarbij je slechte (lever)bloedwaarden als bijwerking kunt hebben. Je leukocyten* en trombocyten* kunnen (te) laag zijn. Dat geeft aan dat het chemomiddel zijn werk doet, maar zorgt er ook voor dat je bevattelijk bent voor virussen en bacteriën, en de stolling in je bloed niet optimaal is. Hou zieke bezoekers buiten de deur en doe het kalm aan.
In de weken na de behandeling wordt regelmatig het bloed geprikt om die waarden te controleren. Dit is soms te regelen via de huisarts zodat je niet telkens hoeft te reizen, je kunt dit altijd vragen aan je behandelend arts. Mochten de bloedwaarden niet goed zijn en de balans daarin blijft verstoord, kan er worden ingegrepen met medicijnen of een infuus. Dit kan, in overleg met je arts, soms ook in een plaatselijk ziekenhuis.

Als er pijnmedicatie nodig is na de behandeling kun je dat altijd regelen in overleg met je behandelend arts. Standaard wordt paracetamol gegeven.

Na een hersteltijd van 6 weken wordt er met hulp van MRI/CTscans gekeken of de perfusie succes heeft gehad. Het is bekend dat na een week of zes tumorweefsel weer kan gaan groeien. Om de tumoren op dat moment de laatste doodsteek te geven volgt er wederom een perfusie; men herhaalt stap 4.

Als alles volgens plan verloopt bestaat de behandeling dus uit 2 perfusies achter elkaar. De voorbereidende behandelingen vervallen, die hoeven maar 1 keer (uitzonderingen daar gelaten). In totaal ben je er dus zo’n 12 weken mee bezig.

Soms krijg je bijwerkingen. Die verschillen uiteraard per patiënt. De verslechterde bloedwaarden heb ik al genoemd. Het ligt vaak aan de dosis chemo of je wel of niet je haar verliest. Je kunt misselijk zijn, braken. Je voelt je moe en lusteloos, hebt gebrek aan eetlust. Geef aan de arts aan wanneer je bijwerkingen ervaart, juist omdat deze niet bij elke patiënt voorkomen.

Tot nu toe is het beleid dat je in totaal 6 (dat is dus 3 behandelingen van 2) perfusies kunt ondergaan. Tussen de sessies moet er minstens een jaar stabiliteit zijn in de kankeractiviteit van de tumoren. Je wordt elke 3 maanden gecontroleerd. Hoe langer je die stabiliteit houdt, hoe beter. Het is bekend dat de stabiele tijd tussen de opeenvolgende behandelingen steeds korter wordt. De hersteltijd van een perfusie kan – naarmate het aantal – moeizamer gaan. Mocht je voor- en na de perfusie geen goede conditie (meer) hebben dan zijn er mogelijkheden om met behulp van oncologische fysiotherapie daar wat aan te doen Vraag er naar bij je behandelend arts.  

 

* Leukocyten: witte bloedcellen. Is een groep cellen die zich in het bloed en het lymfeweefsel bevinden en het lichaam moet beschermen tegen lichaamsvreemde stoffen, zoals bacteriën, virussen, schimmels enz.

*Trombocyten: bloedplaatjes. Trombose is een samenklontering van bloedplaatjes die plakkerig is en dus aan de bloedvatwand blijft vast zitten. Dat klontje noemen wij een trombus. Trombose kan ontstaan in slagaderen en aderen. Stel dat dat gebeurt, dan kan dat bloedvat verstopt komen te zitten. Je krijgt bloedverdunners om de situatie te verbeteren.

Tijdens de perfusie heb je veel bloedverdunners gekregen en stolt je bloed niet. Teveel bloedverdunners veroorzaken bloedingen. In dit geval zul je stollingsmedicijnen extra krijgen.